Door Marcel Reijven op 6 februari 2015

Soms is politiek héél gemakkelijk

Hoe voer je als gemeenteraad de regie op complexe dossiers, hoe krijg je grip op die dossiers? Hoe ben je als gemeenteraad betrokken bij de beleidsvoorbereiding in regionaal verband? Wil je als gemeenteraad aan de hand van (door het college) volledig voorbereide stukken nadenken over het besluit dat je moet nemen, of wil je juist vóórdenken, meepraten over de inhoud, sparren met je portefeuillehouder, weten waarmee die portefeuillehouder bezig is?

In de gemeente Langedijk onderkennen alle raadsfracties het belang van samenwerking, en onderkennen alle fracties het belang en de impact van de ontwikkelingen in het sociale domein. Als reactie hierop hebben oppositiepartij PvdA en coalitiepartij VVD (dualisme optima forma) het initiatief genomen tot de instelling van een Commissie Sociaal Domein: een expertgroep die vooruitlopend op de politieke besluitvorming de beleidsontwikkeling volgt en ‘partner in eerste lijn’ voor de verantwoordelijke wethouder. Maar dat is niet het enige: nadrukkelijk denk de commissie na over wat voor gemeente we willen zijn –de visie–, hoe we daar komen en hoe we die visie verder uitwerken én de commissie is namens de raad een makkelijk te benaderen gremium voor alle stakeholders:

  • Essentieel in de nieuwe wetgeving binnen het sociale domein is de eigen kracht, de verwachting dat iedereen in eerste instantie zijn eigen problemen aanpakt, al dan niet met ondersteuning van het eigen netwerk. In het verlengde hiervan liggen twee andere belangrijke uitgangspunten, de informele zorg en de preventie. Met een nadrukkelijk beroep op de informele zorg willen we voorkomen dat (al te snel) een beroep wordt gedaan op collectieve of individuele voorzieningen. Een andere stap daarbij is de aandacht voor de preventie: niet nadenken over het leveren van voorzieningen zodra het nodig is, maar voordenken over de vraag hoe een beroep op voorzieningen (zo veel mogelijk) voorkomen kan worden.
  • Wat is het doel, wat willen we bereiken, zowel inhoudelijk als financieel? De achterliggende gedachte hierbij moge duidelijk zijn: als we niet duidelijk hebben verwoord welke doelen we nastreven, hoe kunnen we de uitvoerders van ons vastgestelde beleid (i.c. de leden van het college) dan daarop beoordelen?
  • Alleen kunnen we het niet. Niet alleen is Langedijk alleen géén interessante partij voor de spelers op de markt, ook heeft Langedijk onvoldoende kwaliteit en capaciteit om het beleid vorm te geven en uit te voeren. Regionale samenwerking – het staat natuurlijk al lang in de steigers – is dan ook noodzakelijk. Maar hoe brengen we onze ‘couleur locale’ daarbij in, hoe hanteren we onze eigen Nota Samenwerking? Welke vragen en opdrachten geven we onze bestuurder(s) mee naar regionale overleggen?

Steeds is uitgesproken dat we vóór in de bus willen zitten. Dat begint toch met het (aan)sturen van het college?

  • Kennen we de doelgroepen voor de verschillende wetten: de Wmo, de Jeugdwet, de Participatiewet? Kennen we de problematieken waarmee de gemeente geconfronteerd kan worden? Hebben we voldoende inzicht in de aard en soort van voorzieningen om met die verschillende problematieken om te gaan? Weten we om welke aantallen het gaat? En we praten over Eén gezin – Eén aanpak – Eén regisseur. Maar over hoeveel multiproblem-gezinnen gaat het eigenlijk?

Op dit moment zijn het nog vooral vragen, maar wanneer de antwoorden duidelijk zijn, kan de raad van Langedijk dat doen waar hij voor is: het debat voeren over de hoofdzaken. Het gaat dan over het probleem, de doelstellingen, de financiën en de gewenste kwaliteit.

Inderdaad: soms is politiek héél gemakkelijk.

Marcel Reijven

Marcel Reijven

Wat is je achtergrond? Ik ben op 25 mei 1962 in Wormerveer geboren en opgegroeid in het uiterste puntje van West-Friesland, Enkhuizen. Na de middelbare school heb ik aan de Militaire Academie in Breda civiele techniek gestudeerd, waarna ik tien jaar als officier bij de Landmacht heb gewerkt. In 1995 ben ik overgestapt naar de

Meer over Marcel Reijven