Door Marcel Reijven op 16 november 2014

Raad Langedijk stemt unaniem voor begroting 2015 – maar niet zonder slag of stoot

In april, na de verkiezingen van de gemeenteraad vonden Dorpsbelang Langedijk, VVD en CDA elkaar in een nieuwe coalitie. Het college dat daarop aantrad presenteerde onlangs zijn eerste begroting, die de gemeenteraad op 11 en 12 november behandelde, en uiteindelijk unaniem vaststelde, inclusief de ingediende amendementen en moties: twintig stemmen vóór, nul tegen. Maar die besluiten kwamen er niet vanzelf, daar had de raad in plaats van de geplande behandeling op 11/11 nog een tweede avond nodig. En tijdens die tweede avond was een schorsing van zo’n anderhalf uur nog het meest bepalend, een schorsing die volgde op de debatten over moties en amendementen en over het collegevoorstel de eerste aanleg van de riolering voortaan te bekostigen uit het rioolrecht. Juist door dat laatste debat bleek de invloed van het afwezige raadslid Hans de Graaf (VVD): door zijn afwezigheid had de coalitie plotseling géén meerderheid meer, en kwam de oppositie (Kleurrijk Langedijk, Hart voor Langedijk/D66, GroenLinks, PvdA en ChristenUnie) in een andere rol:, een voor de besluitvorming beslissende rol!

Procesmatig maakte het college met de presentatie van deze begroting een valse start, want de wijze waarop de begroting bij de (burger)raadsleden kwam was uiterst rommelig, terwijl die begroting ook nog duidelijke fouten bevatte, fouten die zelfs na herstel nog steeds fout waren. Voor de PvdA was dat aanleiding de beschouwingen te beginnen met twee oproepen aan het college:
• Stem de planning voor de behandeling door en in de raad duidelijk af met de griffie!
• Zorg ervoor dat de meest elementaire gegevens in die begroting kloppen!
Wat verder opviel, was de nieuwe indeling van de begroting. Tot die indeling was in ieder geval niet volgens de eigen Langedijker regelgeving besloten. Immers de Financiële verordening gemeente Langedijk 2004 geeft in artikel 2 aan, dat de raad in ieder geval bij de aanvang van de nieuwe raadsperiode een programma-indeling vaststelt. Deze begroting kent wel een nieuwe programma-indeling, die dus niet eerder is vastgesteld. Toen hij hierop werd bevraagd, was wethouder Jasper Nieuwenhuizen (VVD duidelijk even de kluts kwijt.

De context

De laatste maanden van het 2014 komt er in korte tijd veel (eigenlijk: te veel) op de raad af, en dan gaat het vooral om zware, risicovolle dossiers: de besluitvorming in het kader van de drie decentralisaties, accommodatiebeleid, subsidiebeleid, begroting. Kijken we vooral naar het accommodatiebeleid, dan geldt dat veel (nog) onduidelijk is en die onduidelijkheid maakt het lastig in te stemmen met de begroting, immers het een valt niet los te zien het ander. We hebben de reacties gehoord tijdens de gezamenlijke fractievergadering: er zijn veel vraagtekens, er dreigt onrust. Is het accommodatiebeleid gereed voor besluitvorming? In feite geldt: de vraag stellen, is het antwoord geven… … De fractie van de PvdA kan zich voorstellen dat dit straks óók geldt voor het nieuwe subsidiebeleid.

In financieel opzicht is de toekomst van de gemeente Langedijk –eufemistisch gesproken– weinig rooskleurig, misschien wel risicovol. De afgelopen jaren hebben we al enorm geschrapt. En we zien het meerjarenperspectief: er moet nog veel meer worden geschrapt. Naar onze inwoners kunnen we nog maar één duidelijke boodschap brengen: er is geen geld meer; u zult het óf zelf moeten doen, óf u zult meer moeten betalen. En we zijn niet de enigen die zich zorgen maken. Ook de Burgerrekenkamer uit zijn zorgen over de financiële positie, uit zijn zorgen over het proces met betrekking tot het accommodatiebeleid, het subsidiebeleid, waarbij men ook voorstellen doet om enige ruimte te maken in het proces. Voor dat meedenken hebben we veel waardering. Aan het college de uitdaging om dat vrijblijvende meedenken meer vaste vorm te geven.

Het beeld

Wat bij de fractie van de PvdA van de afgelopen jaren goed is blijven hangen, is: schrappen, schrappen, bezuinigen, bezuinigen en schrappen. Met daarbij steeds op de achtergrond de roep om een (echte) takendiscussie, waarbij het beeld werd opgeroepen dat dát het wondermiddel is. Om dat beeld weer eens zuiver te krijgen, hadden we – net als de fractie van Dorpsbelang Langedijk overigens – de laatste begrotingen er maar weer eens bij genomen: de begroting 2013 schetste voor dat jaar een donker scenario, maar gaf de komende jaren een sluitende begroting, een voorzichtig positief beeld. In de begroting 2014 zagen we extra inspanningen op het gebied van bezuinigingen, maar het beeld voor de komende jaren is nog steeds voorzichtig positief.
Vergelijk dat voorzichtig positieve beeld eens met de begroting 2015: het is niet onverwacht, immers de contouren stonden al vast bij de Kadernota, maar het college schetst in deze begroting een zeer donker scenario, een inktzwart scenario zelfs, om in de metafoor van de cijfers te blijven zou het beter zijn om van dieprode cijfers te spreken. De (voorzichtig) positieve gedachten van de afgelopen jaren zijn in één klap weg.

De begroting als sturingsinstrument

Leg de begroting voor 2015 naast die van 2014. Wat dan direct opvalt is de poging om meer te concretiseren: minder teksten, meer invulling van beleidsdoelen. Daar zit wel een zeer grote maar aan, want het zijn niet de beleidsdoelstellingen van de raad, maar de beleidsdoelen uit het collegeprogramma. En met iets meer dan 40 beleidsdoelen op negen programma’s kunnen we niet zeggen dat het college overloopt van ambitie. Daar komt dan nog bij dat veel van die doelen weinig ambitieus zijn verwoord. We gaan er maar vanuit dat we hier het woordje ‘nog’ aan toe moeten voegen: veel van die doelen zijn nog weinig ambitieus verwoord.

Ook zien we een begroting die in ieder geval op één punt duidelijker is dan in het verleden, nu we (weer) onder elk programma zie welke producten daaronder zijn geschakeerd, en wat de financiële effecten van die producten zijn. Maar nog altijd biedt de begroting géén inzicht in de baten en lasten per product, noch is er inzicht in beleidsprioriteiten op elk programma en welke kosten daarmee gemoeid zijn. Daaruit volgt dat er voor de raad (eigenlijk) géén keuzemogelijkheden bestaan, anders dan genoemd in het meerjarenperspectief, de tabellen op bladzijden 13 en 14. Aan de andere kant: zelfs dáár worden geen echte keuzemogelijkheden geboden, want twee keuzes voor nieuw beleid zijn budgettair neutraal, daarnaast is het usance de lokale heffingen te verhogen met het inflatiepercentage. Is er inflatie omdat we de tarieven verhogen, of verhogen we de tarieven omdat we te maken hebben met inflatie? Met andere woorden: het budgetrecht van de raad is met de voorliggende begroting, dit voorstel van het college verworden tot een passief recht – maar we moeten daarbij wel eerlijk zijn: dát is niet anders dan de voorgaande jaren.

Het is jammer om te zien dat we de komende jaren meer geld uitgeven aan de openbare ruimte en steeds minder aan het sociale domein. Hebben we in 2015 496.000 euro meer voor het sociaal domein beschikbaar dan voor de openbare ruimte, in 2018 ligt er een heel ander plaatje: dan geven we 1.016.000 euro meer uit aan de harde sector

De mening van de PvdA

In 2013, bij de vaststelling van de Kadernota 2013, stemde óók de fractie van de PvdA in met een bezuiniging van 1,8 miljoen euro op het te herziene subsidie- en accommodatiebeleid. De fractie deed dit wel met het idee dat beleid en uitwerking ruimschoots vóór de begrotingsbehandeling 2015 bekend zouden zijn’. Het is aan het nieuwe college/meerderheid raad te wijten dat deze doelstelling niet is gehaald.
In de begroting hangt het college een taakstellende bezuiniging op aan het uitwerkingsplan accommodaties. Ten eerste is dat plan (maar dat geldt ook voor het beleid) niet vastgesteld, maar het is ook nog onvoldoende voorbereid richting gebruikers van accommodaties (verenigingen, instellingen, organisaties). Hiernaast geldt dat het college de opdracht had gekregen in de begroting 2015 een algemene taakstelling van 218.000 euro op te nemen. De PvdA kon dan ook niet akkoord gaan met de wijze waarop het college invulling gaf aan de opdracht van de raad.
Feitelijk kan de raad voor 218.000 euro uitstel van de behandeling van het uitwerkingsplan accommodaties ‘kopen’ door de gemaakte koppeling los te laten en dit bedrag (vooralsnog) op te nemen als algemene taakstelling. In dat geval zou de begroting wel vastgesteld kunnen worden, maar wordt de planning met betrekking tot besluitvorming en uitvoering van het uitwerkingsplan veranderd. Naar de mening van de PvdA moet het mogelijk zijn om uiterlijk in de raadsvergadering van december (de 15e) de kaders voor het accommodatiebeleid vast te stellen (met daarbij de invoering van de maatschappelijke huur per 1 januari 2015), met daarbij de opdracht aan het college om in samenspraak met de gebruikers de realiteitszin van de voorkeursscenario’s van het college nader te onderzoeken en de raad daarover te informeren.

De aanloop tot de besluitvorming

Dinsdagavond werden twee moties bij en twee amendementen op de Programmabegroting 2015 aangeboden. Een motie van Hart voor Langedijk/D66, PvdA, ChristenUnie en CDA over de bijdrage van Langedijk aan de Veiligheidsregio, en dan met name de bijdrage voor de brandweerzorg. Samenwerken kosten onze gemeente meer dan een half miljoen euro méér, een verhoging van het budget met zo’n 50%! In de motie wordt het college opgeroepen de kwestie in te brengen bij de geschillencommissie. De ChristenUnie diende een motie in om de leesbaarheid en de toegankelijkheid van de begroting te verbeteren.
De PvdA diende een amendement in op de taakstelling van 218.000 euro op het accommodatiebeleid: die taakstelling moet, conform het besluit van 3 juni, een algemene taakstelling zijn. Tenslotte diende HvL/D66 een amendement in op de terug te ontvangen bijdrage van de Huisvuilcentrale. Die bijdrage hoort niet in de afvalstoffenheffing, maar in de algemene reserve.

De vergadering van woensdag begon met een reactie van het college op de moties en amendementen en een debat met de verschillende indieners; de uitkomsten van het debat waren (om ongeveer 21:15 uur) voor de oppositiepartijen, maar ook voor het college aanleiding een schorsing aan te vragen. Maar vlak voordat de voorzitter van de raad die schorsing aankondigde kwam PvdA-fractievoorzitter Marcel Reijven met, in zijn woorden, ‘nog een klein puntje, dat in die schorsing moet worden meegenomen’. Hij doelde daarbij op het voorstel van het college om de eerste aanleg van de riolering niet meer te bekostigen uit de grondexploitaties, maar uit de rioolheffing. Hij gaf aan: “Het gaat hier niet om een (kleine) financiële kwestie, waarmee we de lasten voor onze inwoners met een beperkt bedrag laten stijgen. Het gaat hier over een fundamentele keuze, een keuze die je – wanneer je je verantwoordelijkheid als bestuurder serieus neemt – niet op een achternamiddag neemt, of die je er even doorheen wilt jassen. Nee, dan zorg je voor een duidelijke onderbouwing, financieel en zeker ook inhoudelijk.” Deze opmerkingen leidde tot een volgend debat, waarbij bleek dat de volledige oppositie in grote lijnen hetzelfde dacht over dit voorstel: niet op deze manier! Het debat bleek een opmaat tot een niet eerder ervaren schorsing van maar liefst anderhalf uur.

De schorsing

De schorsing begon héél gewoon, met overleg van het college én met overleg van de volledige fracties van de gezamenlijke coalitiepartijen: hoe reageerde het college op de voorstellen? Wat was het standpunt van de fracties daarop? Welke strategie moest worden gevolgd, hoe konden we onze belangrijke punten – onze moties en amendementen, de riolering, en de ontkoppeling van het uitwerkingsplan accommodatiebeleid – binnenhalen? Op het moment dat gedacht werd terug te gaan naar de raadzaal, voor het vervolg van de vergadering, kwam de voorzitter van de raad, burgemeester Hans Cornelisse, met het verzoek aan de fractievoorzitters om bijeen te komen in een Seniorenconvent, dit gezien de stellingname van de oppositiepartijen op de voorstellen van het college, en dan vooral de stellingname naar het derde beslispunt van het voorstel, de eerste aanleg van de riolering te bekostigen uit de rioolheffing. En hij wilde graag wethouder financiën in dit overleg betrekken.

Het Seniorenconvent is een vergadering in beslotenheid, waarin elke fractie wordt vertegenwoordigd door de fractievoorzitter. Door het besloten karakter van de vergadering, met absolute vertrouwelijkheid op de inhoud, kan alle informatie of elke gedachte worden gedeeld. En in die beslotenheid is er inderdaad de nodige informatie uitgewisseld, waarna zowel college als oppositiepartijen – wat de coalitiepartijen deden is verder ontgaan – wederom om de tafel gingen; alleen moesten de fractievoorzitters van de oppositiepartijen dat nu zonder de back-up van de fractiegenoten doen, immers er werd informatie uit de vergadering van het seniorenconvent besproken. Wat betekende deze informatie voor de strategie, wat moest er nu gebeuren, hoe moesten we, hoe konden we nu nog terugkoppelen met de fracties?
Het leidde tot een tweede bijeenkomst van het Seniorenconvent, waarin op uitnodiging van de oppositiepartijen nu het volledige college aanwezig was. In dit tweede overleg werden de vernieuwde standpunten en ideeën gedeeld en werden voorstellen gedaan om tot elkaar te komen, waarna het college nogmaals in overleg moest treden. Tegen elven kwam het seniorenconvent deze avond voor de derde (en laatste) keer bijeen, om de standpunten te bevestigen, het amendement van Hart voor Langedijk/D66 aan te vullen, en om af te stemmen welke informatie vertrouwelijk blijft en welke informatie kan worden gedeeld.

De afronding

Het resultaat van de hele exercitie kwam om kwart over elf naar buiten, bij de finale besluitvorming: de aanleg van de riolering wordt vanaf nu betaald uit de rioolheffing, maar dat heeft nog geen gevolg voor het tarief. In eerste instantie wordt hiervoor de bijdrage van de HVC benut. Verder zegde het college toe het voorstel over het uitwerkingsplan accommodatiebeleid van de agenda te halen, om eerst met de gebruikers goed te bespreken wat op dat gebied haalbaar is; de beleidskaders, waaronder de introductie van de maatschappelijke huur, kunnen dan uiterlijk in december van dit jaar worden vastgesteld. Aansluitend stemde de raad unaniem in met de beide amendementen, met de voorstellen van het college én met beide moties. Voor de buitenstaander leek de vergadering als een nachtkaars uit te gaan, voor de insiders was het bijzonder interessante lokale politiek, met voor alle partijen belangrijke successen! En misschien nog wel het belangrijkste succes is dat de raad op het moment dat het ertoe deed écht met één mond sprak; dat is een goede basis voor het vervolg van deze raadsperiode.

Marcel Reijven

Marcel Reijven

Wat is je achtergrond? Ik ben op 25 mei 1962 in Wormerveer geboren en opgegroeid in het uiterste puntje van West-Friesland, Enkhuizen. Na de middelbare school heb ik aan de Militaire Academie in Breda civiele techniek gestudeerd, waarna ik tien jaar als officier bij de Landmacht heb gewerkt. In 1995 ben ik overgestapt naar de

Meer over Marcel Reijven