9 mei 2013

Jeugdzorg naar de gemeente

De jeugdzorg wordt gedecentraliseerd. Vanaf 1 januari 2015 is de gemeente verantwoordelijk voor de jeugdzorg. Decentralisatie van de jeugdzorg is, net als de decentralisatie van de AWBZ en de Participatiewet, een wens van de PvdA. De PvdA vindt het belangrijk dat de lokale overheid die taken uitvoert. Op lokaal niveau hebben burgers immers direct contact met de overheid. De decentralisatie van de jeugdzorg gaat voor de PvdA niet over de schaal waarop je zaken organiseert, maar over verbeteringen in de zorg en jeugdzorg, bij de dagbesteding en over participatie van mensen.

Voor ons is het belangrijk om met de decentralisaties daadwerkelijk te kunnen ontkokeren in het sociale domein, kwaliteit te borgen ondanks bezuinigingen, professionals ruimte te geven en nieuwe vormen van solidariteit te ontwikkelen. Anders denken, doen en organiseren. Dat is wat de PvdA wil met de te decentraliseren taken. Lokale verankering is daarvoor belangrijk omdat de mensen om wie het gaat wonen in onze dorpen en wijken. Omdat onze kinderen dáár opgroeien!.

Met de meeste kinderen gaat het goed. Zij groeien op in een liefdevol gezin, in een buurt, gaan naar school of naar een vorm van kinderopvang en worden goed begeleid op hun weg naar volwassenheid. Wij gaan uit van wat gezinnen zelf kunnen, maar soms is er hulp nodig. Voor de PvdA staat het belang van het kind altijd voorop, juist omdat zij vaak niet in staat zijn om voor zichzelf op te komen.

In het algemeen kun je er vanuit gaan dat het met 85 procent van de kinderen goed gaat, ongeveer 10 procent van de kinderen heeft lichte zorg nodig en bij ongeveer 5 procent van de kinderen gaat het om complexe problematiek. Veel hulpvragen hebben oorzaken die niet alleen het kind aangaan. Binnen de thuissituatie van het kind, het gezin, kunnen er ook andere problemen zijn, bijvoorbeeld armoede, weinig sociale netwerken rond de opvoeding, gezondheidsproblemen van ouders of verslavingsproblematiek. Wij organiseren ondersteuning en hulp voor kinderen zo dichtbij mogelijk, in hun eigen buurt, wijk, dorp of op school.

Voor de PvdA is het belangrijk dat hulp niet te laat komt, vandaar dat we kiezen voor een sterke nadruk op preventie en preventieve activiteiten. Beter langere kinderopvang om achterstanden te voorkomen. Als er zorg nodig is, vinden we het belangrijk dat er gewerkt wordt vanuit één plan per (samengesteld) gezin met één budget, het liefst één overheidslaag die er bij betrokken is en één regisseur voor het zorgaanbod.

Als er hulpvragen zijn, vindt de PvdA het belangrijk om eerst te kijken wat gezinnen zelf kunnen oplossen, wat met hulp van hun eigen netwerken kan worden geregeld om pas daarna te kijken naar de hulp vanuit de overheid. Wij weten dat er gezinnen zijn die (nog) niet in staat zijn om problemen zelf het hoofd te bieden of die nauwelijks beschikken over een eigen sociaal netwerk. Maar dat mag er niet toe leiden dat kinderen geen hulp kunnen krijgen als zij dit wel nodig hebben. Als gezinnen niet over deze hulpbronnen beschikken, heeft de overheid de verantwoordelijkheid om te voorkomen dat kinderen buiten de boot kunnen vallen. En als een kind niet meer onder het gezag van de ouders valt, is de overheid direct verantwoordelijk.

Waar gaat het om bij de jeugdzorg?

Bij de decentralisatie van de jeugdzorg hebben we het over:

  • De jeugdzorg (provincie). Hieronder vallen bijvoorbeeld de bureaus Jeugdzorg, de pleegzorg, de begeleiding van gezinnen, de kindertelefoon en de jeugdbescherming.
  • De gesloten jeugdzorg (ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, VWS). Hieronder valt de zorg aan jongeren met ernstige gedragsproblemen. Hulp wordt geboden in een gesloten omgeving en kan gedwongen zijn.
  • De jeugd GGZ (Zorgverzekeringswet, ZVW). Dit is hulp aan kinderen en jeugdigen met psychiatrische of psychosociale klachten die zo ernstig zijn dat zij hierdoor in hun ontwikkeling worden bedreigd.
  • Zorg voor licht verstandelijk gehandicapte jongeren (Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, AWBZ). Veelal gaat het hierbij om de begeleiding van jongeren die een IQ hebben tussen de 50-85.
  • Voogdij en onder toezichtstelling oftewel jeugdbescherming/jeugdreclassering (ministerie van Veiligheid en Justitie).Onder toezichtstelling is voor jongeren die een strafbaar feit hebben gepleegd (hulp en controle). Jeugdbescherming wordt opgelegd door de rechter als de ontwikkeling van een kind wordt bedreigd en vrijwillige hulp niet genoeg helpt.