Door Marcel Reijven op 18 april 2013

Een verhaal van k(l)ok en (k)lepel

Op 1 april stuurde de Burger Rekenkamer de raadsleden een mail, met daarin vijf vragen of stellingen, en de verwachting daarop uiterlijk vrijdag 6 april een reactie te ontvangen. De combinatie van de verzenddatum van de mail, de inhoud van de mail én dag en datum voor een verwachte reactie deed wat belletjes rinkelen, immers pas in 2018 (!) komen we weer een vrijdag 6 april tegen … …

Vijf jaar de tijd om een reactie te geven, dát moest wel een 1-aprilgrap zijn, en zo reageerde ik dan ook naar de Burger Rekenkamer. Alleen … … dat had ik verkeerd geïnterpreteerd, het was wel degelijk een serieuze mail, met alleen een kleine onvolkomenheid. Ik ben ook niet de meest flauwe persoon en heb me dus verdiept in de vragen en stellingen van de Burger Rekenkamer.

Wat meent de Burger Rekenkamer, waarop wilde men een reactie van de raadsleden? Heel kort stelde men de vraag: bent u het met de Burger Rekenkamer eens dat

  • de financiële situatie van Langedijk ernstiger dan B&W de bevolking middels een persbericht en artikelen in het NHD en Langedijk Informeert wil doen geloven?
  • de financiële rapportage daarom moet worden aangepast aan de vraag naar een transparante en niets-verhullende presentatie, zonder een oerwoud aan Bestemmingsreserves, zoals de Burger Rekenkamer benadrukt en in het bedrijfsleven gebruikelijk is? Met een Verlies & Winst Rekening, wellicht om te dopen in een Tekort & Overschot Rekening en één grote reserve die we Eigen Vermogen noemen?
  • het gezien de bijzondere situatie noodzakelijk is dat coalitie en oppositie een gezamenlijk initiatief nemen om plannen ter bestrijding van de verliezen op te stellen?
  • partijen hiertoe initiatieven dienen te nemen en water bij hun wijn doen?
  • de raad daarvoor een zo groot mogelijk draagvlak onder de bevolking moet nastreven, en daarom ook een denktank van burgers bij het maken van de plannen moet betrekken?

Ik ben het niet met de Burger Rekenkamer eens dat de financiële situatie van Langedijk ernstiger is dan B&W de bevolking middels een persbericht en artikelen in het NHD en Langedijk Informeert wil doen geloven. De gemeente zit al een tijd in zwaar weer, ik zal de eerste zijn om dat te erkennen, en heeft weinig financiële ruimte om investeringen te doen of nieuw beleid te realiseren. Vooral de grondexploitaties zijn daar debet aan, Langedijk is daarin (gelukkig? helaas?) zeker niet uniek, maar ook moet de gemeente tegenvallers uit het verleden, misschien wel ‘lijken uit de kast’ opruimen: besluiten die de raad in het verleden nam, met verstrekkende financiële effecten voor de toekomst. In een groeiende economie was dat geen probleem, maar in tijden van recessie blijkt die hypotheek op de toekomst een last. Met de verliezen op de grondexploitaties en de opschoonacties heeft de gemeente Langedijk de afgelopen jaren fors in moeten teren op haar reserves. De raad is daarmee volledig bekend.

Daar staat tegenover dat de reguliere activiteiten van de gemeente gewoon doorlopen: de openbare ruimte wordt onderhouden, het afval wordt elke week ingezameld, de straatverlichting brandt, scholen staan er redelijk tot goed bij, uitkeringen worden verstrekt, het Wmo-beleid wordt adequaat uitgevoerd, subsidies worden verstrekt, sportvoorzieningen zijn onverkort beschikbaar, … … … (enzovoorts, enzovoorts, enzovoorts.)

Omdat de financiële situatie niet ernstiger is dan de Burger Rekenkamer wil doen voorkomen, is aanpassing van de financiële rapportage niet nodig; in de tweede stelling staat immers ‘daarom’. Maar evengoed kan de financiële rapportage in Langedijk verhullend, ondoorzichtig zijn, en aanpassing kan wenselijk, zelfs noodzakelijk zijn. Hoe ziet dat financiële systeem er nu eigenlijk uit in Langedijk? We kennen vijf trappen:

  1. De reguliere Planning&Control-cyclus, met Kadernota, Programmabegroting, Voorjaarsnota (verwerkt in de Kadernota), de Eindejaarsrapportage en de Jaarstukken;
  2. De financiële kwartaalrapportages;
  3. Specifieke rapportages m.b.t. actualisaties van grondexploitaties;
  4. De actieve informatieplicht vanuit het college, en dan specifiek gericht op financiële informatie die vooruitlopend op de reguliere documenten wordt gemeld;
  5. De financiële paragraaf bij de raads- en collegevoorstellen.

De informatie die de raadsleden hiermee krijgen is transparant en nietsverhullend; wat mij betreft is een aanpassing van de financiële informatie aan de behoefte van de Burger Rekenkamer daarmee ‘nicht im Frage’.

De vergelijking die de Burger Rekenkamer maakt met wat in het bedrijfsleven gebruikelijk is, gaat voor mij verder volledig mank. Ten eerste: wat is er dan in het bedrijfsleven gebruikelijk? Met welke soort bedrijven, van welke omvang moeten we de gemeente Langedijk dan vergelijken? Ik kan met niet voorstellen dat een eenmanszaakje bedoeld wordt; heel snel moet je je dan toch richten op een NV of een BV. En laat er in Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek voor die bedrijfsvormen nu een hele titel bestaan over de jaarrekening en het jaarverslag. Mijn kennis is beperkt, maar één ding is mij wel duidelijk: zo simpel als de Burger Rekenkamer het stelt, is het dus niet.

Véél belangrijker is echter dat de gemeente per definitie geen bedrijf is en zich dient te richten naar de regels van het BBV, het Besluit Begroting en Verantwoording. Daarbij heeft de raad van Langedijk het geheel aan reserves en voorzieningen al teruggebracht naar een overzichtelijk geheel. Gezien de bestemmingen van de nog bestaande bestemmingsreserves ligt het niet in de rede die in één algemene reserve onder te brengen. Dan zou er namelijk een verhullende, niet-transparante schaduwboekhouding moeten komen, om die ene reserve weer onder te verdelen naar die (door de raad) vastgelegde bestemmingen, immers: over een algemene reserve kan de raad vrij beschikken. Overigens doet het bestaan van één of meerdere reserves niets af aan de omvang van het eigen vermogen: het eigen vermogen bestaat uit de reserves en het resultaat na bestemming volgend uit de programmarekening (BBV, art. 42).

Willen partijen gezamenlijk het initiatief nemen om te bezuinigen, om te buigen? Al langer is bij de raad bekend dat het nodig is om te bezuinigen dan wel om te buigen; het college betrekt de raad hier dan ook bij – ik vind wel dat dit ‘erbij betrekken’ wat actiever zou kunnen. Of partijen water bij de wijn willen doen? Hier lijkt de wens de vader van de gedachte. Bij politieke besluitvorming hoort dat je als partij ‘zoveel mogelijk van jezelf’ terug wilt zien in het uiteindelijke besluit. Kijk ik naar de discussie die de raad voerde en voert over de bezuinigingsopdrachten, de recente besluitvorming van de raad, maar ook de groeiende polarisatie binnen de raad, dan is het mijn verwachting dat breed gedragen oplossingen voor welk financieel probleem dan ook moeilijk haalbaar. Daarbij moet je bedenken dat voor een meerderheid in de raad in het algemeen vier fracties volstaan (vooruit, drie kan ook, in het geval dat Kleurrijk Langedijk en de VVD elkaar weten te vinden, met steun van CDA of Dorpsbelang Langedijk), maar voor een breed gedragen besluit? Dan zijn er toch echt acht fracties nodig.

Is draagvlak belangrijk, is een denktank haalbaar? Vertegenwoordigende organen nemen de besluiten, zo is de democratie in ons land ingericht. Burgerparticipatie kan bijdragen aan breder draagvlak voor de besluitvorming, maar dan moet je als raad die inbreng wel over willen nemen. Recentelijk hebben we kunnen ervaren dat de fracties van VVD, CDA, Dorpsbelang Langedijk en de ChristenUnie zich aan de mening/inbreng van onze inwoners niets aantrekken. Zij hebben immers het zeer interactief, langdurig voorbereide ontwerp voor de Maatwerkweg rigoureus verworpen. Als partijen voor iets héél concreets al vinden dat de mening van de burger géén waarde heeft, dan meen ik op voorhand dat burgerparticipatie in de vorm van een denktank voor zoiets complex als het huishoudboekje van de gemeente verloren moeite is.

De Burger Rekenkamer is nieuw, vers, groen en kijkt met vreemde ogen naar de gemeente en de gemeentelijke financiën. Dat is goed, het gaat immers om geld van ons allen. Het is alleen jammer dat de Burger Rekenkamer last heeft van jeugdige overmoed en een verkeerde toon hanteert. Ik vertaal dat, vrij naar het bekende spreekwoord: de Burger Rekenkamer heeft de kok horen fluiten, maar weet niet waar de lepel hangt! (Met dank aan Hans Rijk, de oorspronkelijke gebruiker.)

 

Marcel Reijven

Marcel Reijven

Wat is je achtergrond? Ik ben op 25 mei 1962 in Wormerveer geboren en opgegroeid in het uiterste puntje van West-Friesland, Enkhuizen. Na de middelbare school heb ik aan de Militaire Academie in Breda civiele techniek gestudeerd, waarna ik tien jaar als officier bij de Landmacht heb gewerkt. In 1995 ben ik overgestapt naar de

Meer over Marcel Reijven